Verantwoording: Black outs en angstzweet

Verantwoording: Black outs en angstzweet

De aanleiding van het verhaal is mijn derde studiejaar Journalistiek en eigenlijk ook de rest van mijn leven.

Mijn derde jaar, totstandkoming mijn productie, mijn faalangst

Ik ben begin december begonnen met een ander onderwerp: genetisch gemodificeerd voedsel. Daarin bleek ik de lat te hoog te hebben gelegd. Ik begon al vrij laat en sleepte het onderwerp nog kort met me mee, maar besloot in januari toch mijn assessment uit te stellen tot juli. Dan zou ik tijdens mijn minor mijn Vrije Ruimte-verhaal kunnen produceren.
Niet dus. Mijn minor Kunst Creëren & Onderzoek bleek veel zwaarder dan gedacht en erger nog: ik raakte mijn motivatie kwijt. De studielast werd me te veel, in een van de projecten liep ik compleet vast en in mei voelde ik me genoodzaakt het bijltje erbij neer te leggen. Ik belandde in een zwart gat en zocht professionele hulp.

Wat ging er fout? Het is een vraag die ik mezelf veel heb gesteld. Ik ben inmiddels dichter bij het antwoord. Deze productie heeft me erbij geholpen.

Ik had iets nodig om bezig te zijn en me het gevoel te geven dat ik ‘het’ kan. Daarvoor had ik journalistiek nodig en een onderwerp dat dicht bij mezelf ligt. Ik kon geen kracht of motivatie opbrengen voor iets waar ik zelf niet in zou zijn geïnteresseerd. Godzijdank is daar ruimte voor bij Vrije Ruimte (it’s in the name).

Ik kan me herinneren dat ik als jongetje van 11 jaar oud op voetbal ging bij een clubje in een dorp vlak buiten mijn woonplaats Zoetermeer, samen met mijn anderhalf jaar oudere broer. Ik vond voetbal zó leuk op school, waar ik uitblonk onder de lat. Ik was de enige ‘keeperachtige’ keeper in de klas (ik durfde te duiken!). Het was mijn passie. De eerste training in het nieuwe team ging dan ook fantastisch. Het team verloor vaak met 5-0, 8-0 of 10-2; dat soort uitslagen. Het zou misschien eindelijk wat worden met die tegendoelpunten.
Nee, mijn eerste wedstrijd was een ramp. Ik was zo zenuwachtig dat ik alles doorliet, zelfs bij het inschieten vooraf. Duiken, ballen klemmen, zelfs voorkomen dat ze tussen mijn benen doorgingen lukte niet. Volgens mij verloren we met 8-2, ik weet het niet meer. Sinds die wedstrijd was ik waardeloos als keeper en bloednerveus op iedere training. Ik was bang om te falen en ik faalde daardoor ook.
Alleen bij de jongens en meisjes uit mijn klas ging het als vanouds. Van hen had ik niets te vrezen, maar ik heb sindsdien nooit meer een wedstrijd gespeeld in officieel verband zonder blunders te maken, juist omdat ik bang was ze te maken.

Ik merk het terugkijkend op mijn middelbare schooltijd en nu tijdens mijn studie: ik leg de lat ontzettend hoog. Ik werk hard omdat ik kwaliteit wil zien in mijn producties. Echt een slecht product afleveren vind ik ontzettend moeilijk. Ik ben veel te bang negatief te worden beoordeeld en ik ben daarvoor te hard voor mezelf.

Ik vind het leuk en geniet ervan iets te maken waar ik trots op kan zijn en ik geniet zeker van alles wat ik daardoor meemaak en te weten kom, maar soms ga ik over mijn grenzen heen. Natuurlijk kan geen productie perfect zijn, perfectie bestaat niet, maar ik ben altijd bereid mijn rust en ontspanning op te offeren voor een beter eindresultaat. Dat breekt me op, vooral wanneer het niet lukt, bijvoorbeeld bij mijn eerste stage. Daar was ik veel te bang om fouten te maken, waardoor ik zo gespannen was dat ik mezelf niet meer terug herkende in mijn eigen werk. Ontzettend veel spelfouten, bijna geen goede ideeën voor verhalen en moeite met sociale omgang (althans, zo heb ik mijn stage beleefd). Ik bleef soms uren langer doorwerken om nog iets van mijn verhaal te bakken en in de hoop mezelf terug te vinden. Stage is voor iedereen eng en menig faalangstige zal het zelfs slechter te voorduren hebben, maar het staat vast dat ik de spanning en de angst om te falen maar heel langzaam kwijtraak.

Vertrouwen groeit in slakkentempo bij mij. Rijbewijs? Theorie was na vijf keer gehaald, pas bij een faalangstexamen. Praktijk? Gezakt omdat ik te zenuwachtig was en niet op kon tegen de blik van mijn examinator, die eigenlijk echt niets fout deed.
Ik kan opbloeien als mijn zelfvertrouwen er is, maar ik ben ontzettend afhankelijk van omgevingsfactoren. Ik kan mezelf gelukkig steeds meer, maar moeilijk het vertrouwen geven dat fouten maken mag. Zoals Remko van der Drift het verwoordt: ik heb weinig ‘foutenmakenmoed’.

Daarom wilde ik meer te weten komen over dit fenomeen. Ik heb geen maagkrampen voor een tentamen en heb mezelf nooit fysiek iets aangedaan omdat iets niet lukte. Heb ik dan faalangst? Wat is faalangst eigenlijk? Maar vooral: ik word alleen maar somber van uitrusten na mijn minor en wachten op het nieuwe schooljaar – ik wil weer aan de slag en ik wil een productie maken die verschil kan maken voor mezelf en met een beetje geluk ook voor een ander. Ik had geen idee waar het schip zou stranden toen ik na een bijna lege maand zo veel scherpte en werkritme was kwijtgeraakt. Een goed moment om dat onderdeel maar eens los te leren laten en gewoon te beginnen.

Werkwijze

Ik ben veel systematischer te werk gegaan dan ik normaal zou doen. Na een mindmap op papier en wat vooronderzoek online, heb ik een lijst gemaakt van mogelijke bronnen. Die ben ik beetje bij beetje gaan benaderen. Vervolgens kreeg ik mailcontact met studentenpsychologen, die ik een vragenlijst heb voorgelegd. Twee daarvan heb ik telefonisch gesproken: Karen Huizing van de RUG, voor een diepte-interview en Marco de Wind van Fontys, om ongeveer dezelfde vragen na te gaan. Ik heb het eerste interview uitgewerkt. Het tweede heeft vooral geholpen als verificatie van feiten en standpunten.

Helaas kon ik mister faalangst Ard Nieuwenbroek niet overhalen met me in gesprek te gaan. Hij liet beleefd weten geen interviews meer te geven, maar zonder reden. Helaas hadden de specialisten van Amsterdam (HvA), Utrecht (Universiteit en HU) geen tijd me te woord te staan in deze ‘drukke’ periode. Rotterdam viel af (HvR), wegens gebrek aan medewerking van de persafdeling.

Op het interview met Kelly Verbaas na zijn alle interviews telefonisch afgenomen. Remko van der Drift ging bijna op vakantie, waardoor we geen beter moment konden vinden. Maarten de Rooij had geen tijd, tenzij ik hem direct telefonisch zou interviewen en met Karen Huizing had ik vrij laat voor de deadline contact. We hadden allebei geen tijd meer een echte afspraak te maken.

Ik heb met geïnterviewden afgesproken dat ze het interview mochten inzien en we het daarna over de inhoud (feitelijk) zouden kunnen hebben. Kelly Verbaas, die geen ervaring heeft met journalisten, heb ik de vrijheid gegeven eventueel woorden terug te nemen vanwege het gevoelige karakter van ons gesprek.

Doelgroep

Zoals aangegeven in de inleiding hoop ik dat het verhaal studenten met faalangst bereikt om ze te inspireren en informeren, maar is het verhaal ook bedoeld voor de omgeving van zo’n student. Hoe meer mensen afweten van de werking van faalangst, hoe beter dat is.

Bronkeuze

Het leek me een must meerdere psychologen te spreken om kennis te vergaren over het onderwerp en met minstens één meer de diepte in te gaan. Voor de duiding van het onderwerp en een correcte uitleg is dat essentieel.

Ten tweede is het een must om bij zo’n onderwerp een persoonlijk interview te doen met iemand die kan vertellen hoe het is om faalangst te hebben. Met Kelly Verbaas, en een beetje met Remko van der Drift, bevat de productie dat onderdeel.

Omdat ik het een journalistieke meerwaarde vind als bij een probleem ook oplossingen worden aangedragen, heb ik Maarten De Rooij en Remko van der Drift gesproken.

Het probleem zelf is zo complex dat het diepgang nodig heeft. Een gesprek over de oorzaken van faalangst is daarom een logische toevoeging, in dit geval met Karen Huizing.

Al deze bronnen hebben hun eigen expertise. Ervaringsdeskundige, studentenpsycholoog, onderwijzer, faalangsttrainer – ze weten waarover ze het hebben.

Uitwerking

Faalangst is best een ingewikkeld onderwerp, daarom lijkt een uitwerking in tekst mij het meest geschikt. Op die manier kan een lezer op zijn gemak de informatie verwerken. De infographics zorgen voor verduidelijking en lucht bij anders wat langdradige opsommingen. Ook de game tussendoor is bedoeld om de informatie wat sneller en prettiger te kunnen consumeren. Het doorbreekt bovendien de lap tekst. Volgens mij brengt zo’n karaktertest het onderwerp ook wat meer tot leven, omdat de lezer zelf ‘getest’ wordt op faalangst.

Beeldmateriaal

Ik hou er niet van, maar ben door tijdgebrek genoodzaakt geweest (weliswaar creative commons) beeldmateriaal van internet te halen. De infographics heb ik zelf samengesteld. De meeste portretfoto’s komen bij de interviewkandidaten vandaan, behalve die van Kelly Verbaas, die heb ik zelf genomen.

Reflectie

Ik vind het goed van mezelf dat ik in zo’n korte tijd, ondanks opstartproblemen, zo gestructureerd (want ik ben ongestructureerd, meestal) zo’n complete productie heb weten te maken. Ik zou dit twee maanden geleden niet van mezelf hebben verwacht.
De interviews gingen goed. Ik voelde me er goed bij en de gesprekken liepen lekker. Ik wist volgens mij relevante vragen te stellen. In de uitwerking heb ik wat moeten schrappen, waardoor de opbouw soms wat onlogisch lijkt. Ik zou de dosering voortaan beter kunnen plannen. Ook zijn de antwoorden vaak te lang of te stroef in taalgebruik, naar mijn smaak. Ik wil daarin voortaan beter leesbare taal afleveren.
Al met al ben ik tevreden met mijn eigen gedrevenheid en nieuwsgierigheid. Ik was erg gemotiveerd!

Leermomenten zijn wel: voortaan zo veel mogelijk face-to-face-interviews afnemen. Ik kwam door wat onenigheid over de uitwerking bijna in een soort onderhandeling terecht met Remko van der Drift, omdat ik zijn woorden veel anders had geïnterpreteerd via de telefoon dan hij ze had bedoeld. Dat wil ik zo veel mogelijk voorkomen. Dat kan ik doen door naast aantekeningen een opname te maken, face-to-face te interviewen, duidelijkere afspraken te maken over het herzien van uitspraken en zo veel mogelijk meteen te beginnen met uitwerken.
Ook wil ik voortaan de keuze maken om bij een grote productie als deze eerder te beginnen met verzamelen, maar vooral met verwerken. Of ik moet de grootte van de productie inperken. Ik ben nu maar net op tijd klaar en matig voorbereid op eventuele technische tegenslagen.

Voortaan ga ik ook meer mijn eigen neus en hart achterna, want ik merk dat daaruit de mooiste producties ontstaan.