Nederlands worstelen gaat voor gouden toekomst

Nederlands worstelen gaat voor gouden toekomst

Bekijk hier het originele verhaal.

Worstelen is in Nederland lang niet zo groot als voetbal of hockey, maar vanaf dit jaar liggen er serieuze Olympische kansen. Niet alleen de Nederlandse worstelaar Jessica Blaszka kan binnenkort in Rio een plak bemachtigen, over een paar jaar staat een lichting nieuw talent op om Nederland te vertegenwoordigen. Een kijkje in de kweekvijver, sportvereniging De Halter, in Utrecht.

Bam! Met een zware klap komt het gespierde lichaam van Tyrone Sterkenburg (14) op de rood-gele wedstrijdmat terecht. Het is rustig bij vereniging De Halter vanwege de meivakantie. De warming-up is net voorbij en een stuk of tien jongens tussen de 13 en 30 jaar doen in tweetallen een partijtje. Een half uur eerder roetsjten ze als eekhoorns de touwen in en maakten ze handstanden zoals circusartiesten dat doen. ,,Er is geen zwaardere sport dan worstelen’’, legt jeugdtrainer Terry Slinkers uit. ,,Je moet sterk, lenig en krachtig zijn en het allerbelangrijkste: je moet je zenuwen onder controle houden. Anders kan je niet brengen wat je nodig hebt om de beste te worden.’’

Aanzien
Hoewel Olympisch worstelen op dit moment in Nederland vrij weinig aandacht krijgt, worstelen jongeren in Oost-Europa, Rusland, Amerika en China met duizenden tegelijk. ,,Veertig jaar geleden was in Nederland in iedere grote stad een worstelvereniging aanwezig’’, vertelt Slinkers. ,,Door de opkomst van kickboksen en thaiboksen is het naar de achtergrond verdwenen. Maar ik denk dat dit zal veranderen met de populariteit van sporten als Mixed Martial Arts (MMA), waarin worstelen vrij dominant aanwezig is. Je ziet dat die mensen worstelen bij komen leren.’’

Prijzenkast
Geen enkele Nederlandse worstelaar is tot op de dag van vandaag met een Olympische medaille huiswaarts gekeerd. Sinds Grieks-Romeins worstelen in 1896 en Vrije Stijl in 1904 Olympische Sporten zijn, hebben 35 Nederlanders zich gekwalificeerd. Maar verder dan een verloren troostfinale van Jan Sint in 1920 is het niet gekomen. Dit jaar vertegenwoordigt de zeer getalenteerde Jessica Blaszka Nederland in haar eentje, op het onderdeel Vrije Stijl, in de gewichtsklasse onder de 48 kilo. Ze is een baken van hoop voor het Nederlands worstelen. Slinkers: ,,Als zij de Olympische Spelen zou winnen, is dat geweldig voor onze sport. Dan wordt ze op slag beroemd in Nederland.’’

Kweekvijver
Voor de komende jaren ziet het beter uit voor het worstelen in Nederland. Bijvoorbeeld de 14-jarige Tyrone en zijn tweelingbroer Marcel worden als groot talent aangemerkt. Binnenkort maakt Tyrone kans deel te nemen aan het EK worstelen voor jongens tussen de 14- en 17 jaar. Daarvoor moet hij wel eerst clubkampioen worden. ,,Maar dat lukt mij wel’’, zegt de jonge sporter zelfverzekerd. Hij traint iedere dag. ,,Het is heel zwaar, ook mentaal, maar ik vind het leuk. Met worstelen train en gebruik je ieder deel van je lichaam. Als je geblesseerd raakt aan je vinger, kun je een wedstrijd al verliezen.’’

Motivatie
Broer Willem (18) traint op dezelfde avonden mee. Een doorbraak wordt voor hem lastiger, legt hij uit. ,,Ik ben eigenlijk te laat begonnen.’’ Maar dat maakt zijn motivatie er niet minder op, want hij traint net zo vaak als Tyrone. ,,Bij worstelen draait het er om iedere training op ieder puntje beter te worden. Het is de ultieme sport.’’ Een dode sport is worstelen dus zeker niet, beaamt hij, ondanks het kleine aantal beoefenaars. ,,Waar het in Nederland vooral aan ontbreekt is iemand waar je tegen op kunt kijken, een voorbeeld, zoals ze die in Amerika hebben.’’ Zowel Terry Slinkers als Tyrone sluit zich daarbij aan. ,,Dat is wat wij doen voor de sport’’, zegt Tyrone. ,,Trainen om een voorbeeld te worden.’’

Worstelen, hoe werkt dat eigenlijk? Een introductievideo door Julie Velthoven.